Het lijkt een rare combinatie: meditatie en ‘de bak’. Nochtans zitten er iedere woensdagavond weer zo’n 12 mannen (en twee vrouwen, mijn katholieke collega en ikzelf) bij elkaar in de kapel van de Gentse gevangenis om 20 minuten lang stil te zijn. En daarna ook nog samen een tekst te lezen en te delen wat die tekst bij ieder van ons oproept. Maar de kern en de basis van de bijeenkomst zijn die 20 minuten stilte.
De groep die naar deze bijeenkomsten komt, is erg trouw. Bij de kerkdiensten wisselt het nog wel eens welke gezichten je daar ziet, maar bij de meditatiebijeenkomsten zijn het iedere week grotendeels dezelfde mensen. Het betekent duidelijk iets voor hen. Maar wat? Dit gaat verder dan “even uit je cel zijn” of eens kunnen klappen met andere gevangenen. Het gaat vooral, denk ik, dieper dan dat. Misschien is het wel wat ik zelf wel eens voel tijdens die 20 minuten stilte: in die stilte is het mogelijk om Gods aanwezigheid te ervaren. Tijdens de kerkdienst wordt er gelezen, gebeden, gezongen, de Bijbel uitgelegd. Dat draait allemaal om God. En toch ervaar ik Gods aanwezigheid veel sterker tijdens de stilte in de meditatiebijeenkomsten. Het is moeilijk uit te leggen. Je zou het het zelf moeten ervaren om het te begrijpen. Ik probeer het nu wel uit te leggen, maar die poging is eigenlijk al bij voorbaat mislukt.
Samen 20 minuten stil zijn, dat schept een band. Als ik als aalmoezenier leden van de meditatiegroep ontmoet in de gangen, dan is dat een ander contact dan wanneer ik mensen ontmoet die ik af en toe in de protestantse kerkdiensten zie. Het is een – hoe vreemd het ook mag klinken – meer gelijkwaardige vorm van contact. Het heeft iets weg van het contact dat ik heb met mensen met wie ik regelmatig pastorale gesprekken heb en die ik daardoor beter heb leren kennen. Dat is wonderlijk, want in de meditatiebijeenkomsten hebben we nooit zulke uitgebreide gesprekken. Maar stilte, dat doet iets met ons. Dat doet iets met mij en dat doet iets met de andere deelnemers aan de meditatiebijeenkomsten. Maar wat? Tja, dan kom ik toch weer uit bij die ervaring van aanwezigheid. Van aanwezigheid van Iets of Iemand die ons te boven gaat. Vanuit mijn geloof noem ik die Aanwezigheid ‘God’. Mogelijk hebben anderen van de meditatiegroep hier andere woorden voor, of helemaal geen woorden. En ik merk zelf ook, terwijl ik dit schrijf, dat woorden hoe dan ook tekort schieten.
Zoals ik al zei: ik probeer het nu wel uit te leggen, maar die poging is eigenlijk al bij voorbaat mislukt.