browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

Sukkelaars

Posted by on February 15, 2026

Al een hele tijd had ik niets meer van Rudi gehoord. Eigenlijk al niet meer sinds hij weer terug op straat was, na een halfjaar in de bak. Nu trof ik hem eindelijk weer, ‘s morgens op de Korenmarkt. En alweer aan de wodka. Aan de ene kant was ik blij om hem weer te zien; om te zien dat hij er nog was, dat hij nog leefde. Aan de andere kant deed het me pijn, want in de bak was hij nog zo stellig geweest dat hij in ‘t vervolg van de drank af zou blijven. En hij meende het ook stellig, op dat moment. En misschien of waarschijnlijk is hij de eerste paar dagen er ook afgebleven. Maar het is al te vaak sterker dan hijzelf, de aantrekkingskracht van vergetelheid, van het verzachten van de harde randen van het straatbestaan, van je éven een hele kerel voelen. Dat wist ik ook wel, en daarom had ik zijn stellige uitspraken in de bak met enige scepsis gehoord. En toch ook weer niet, want op dat moment meende hij helemaal wat hij zei. Het blijft een paradox, Rudi en de drank.

Maar ja, die paradox vind ik bij meer van mijn straatvrienden. Vaak met een lange geschiedenis van drankmisbruik, of drugsgebruik, of beide. Door die lange geschiedenis zijn ze vaak ook niet zo jong meer, en vraag ik me regelmatig af of hun leven ooit ten goede zal veranderen. Noem ze maar: de sukkelaars. Pendelend tussen de straat, de kliniek, soms even een opvang-situatie, dan weer in de bak – eigenlijk nooit voor echt ernstige feiten – en dan weer op straat. Een eindeloze vicieuze cirkel.

En toch heb ik zó vaak een zwak voor precies deze mensen. Ik voel me vaak machteloos als ik me realiseer hoe klein de kans is dát hun leven ooit ten goede zal veranderen. En ik word er vaak verlegen van als ze mij zeggen hoeveel ik voor hen beteken. Want wat doe ik nou helemaal. Ik begroet ze hartelijk als ik ze op straat of bij de inloop of op andere plekken tegenkom. Ik luister naar hun verhalen en probeer die serieus te nemen – ondanks al mijn scepsis. Ik neem ze mee in mijn gebed, als ik ‘s avonds op de dag terugkijk. Goed bedoeld allemaal, maar wat stelt ‘t nou helemaal voor. En toch zegt Rudi me als ik verder ga: “bedankt voor alles”. En toch zegt Willy, als ik hem in de bak kom opzoeken: “ik wist dat je zou komen, ik wist ‘t!” En toch staat Serge erop om me een knuffel te geven, als ik hem op het station tref en na een praatje verder ga om mijn trein te halen.

Sukkelaars. Uitgekotst door de samenleving. Al te vaak als oud vuil gezien door brave burgers. Maar allemaal, en dat in de eerste plaats: kinderen van God.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *