In mijn vorige stukje schreef ik al, dat ik de mooiste job van de wereld heb. Niet de ‘leukste’ – want ‘leuk’ is meestal niet echt een categorie die bij mijn werk past – maar wél de mooiste. Hoewel, soms maak ik ook leuke dingen mee. Zoals twee weken geleden, als ik tijdens de koffiebakfietsronde een buitenslaper wakker maak om te vragen of die ook koffie wil, en als reactie krijg: “oh, ik lag net te dromen dat iemand me wakker maakte en vroeg of ik koffie wilde. En nu ben jij hier! Je vervult mijn dromen!” Kijk, daar kan ik dan weer minstens een hele dag op vooruit. En de wekelijkse training van de Gantoise Plantrekkers natuurlijk, nog steeds een grote bron van plezier. Dat geeft energie en die heb ik soms wel nodig, want onder straatbewoners maak je ook een hoop miserie mee. Maar dus ook momenten van plezier, humor en ontroering. Zoals ik al zei: de mooiste job van de wereld.
Hoe heerlijk is het dan, als je het werk van die job met andere mensen kunt delen. Met de trouwe medewerkers van ‘Oe Est’, de open huiskamer – waarvan een paar van de meest trouwe helemaal niets te maken hebben met welke kerk dan ook, maar wél een groot hart hebben voor straatbewoners. En sinds kort ook met Matthieu, tijdelijk medewerker bij de koffiebakfiets voor zijn maatschappelijke stage. Hij is student sociaal werk aan één van de Gentse hogescholen. Een ‘late roeping’ met de nodige ervaringsdeskundigheid als het gaat om het leven aan de rand van de samenleving. En bijzonder plezant gezelschap op de koffieronde. Hij praat makkelijk met onze ‘gasten’, iets wat ook lang niet iedereen gegeven is. Hij wil graag later onder dak- en thuislozen werken, en als de voortekenen niet bedriegen is hij daar ook heel geschikt voor.
De koffieronde gaat langs een aantal plekken waar mensen buiten slapen en eindigt op de Korenmarkt, een ‘hotspot’ voor mensen die in de nachtopvang geslapen hebben.en ook wel trek in koffie hebben (ze vinden onze koffie lekkerder dan die in de nachtopvang). De eerste ochtend dat Matthieu meerijdt zijn we nogal aan de vroege kant op de Korenmarkt aangekomen. Tijd om zelf een koffietje te nemen. We gaan ervoor binnen zitten in één van de vele koffietenten die Gent rijk is. Onder de koffie vertelt Matthieu me over zijn leven vóórdat hij ging studeren en hij is ook erg nieuwsgierig naar hoe ik toch in dit werk terecht gekomen ben. Tegen de tijd dat wij onze koffie op hebben, is er vóór de Sint Niklaaskerk al een drietal straatbewoners verzameld. Onze komst met de koffiebakfiets wordt met vreugde begroet. We schenken koffie en slaan intussen een babbeltje. Het lijkt wel een zwaan-kleef-aan; er komen er steeds meer bij. Uiteindelijk besluiten we om toch maar eens op te stappen, we wensen het hele groepje een mooie dag en rijden terug naar de kelder van de Rabotkerk, de ‘uitvalsbasis’ van de koffiebakfiets. Terwijl we koffiekannen omspoelen praten we nog even na. En dan zegt Matthieu ineens: “weet je, zoals jij daar met die mensen stond te klappen, het was net of het helemaal geen werk was voor je”. En dan kan ik hem stralend zeggen: “dat klopt, jongen, maar ik heb dan ook de mooiste job van de wereld.”