We zitten alweer bijna twee maanden in het jaar 2026. Nochtans kwam toch pas geleden de Kerstmaaltijd van ‘Oe Est’ – de open huiskamer van het Straatpastoraat – nog eens langs op de vergadering van de ‘Klankbordgroep’, de groep mensen van binnen en buiten de kerk die mijn werk ondersteunt en regelmatig voor frisse inzichten zorgt. Het idee voor die Kerstmaaltijd was voor een belangrijk deel ontstaan naar aanleiding van het voortijdig volzet zijn van ‘De langste tafel’, de Kerstmaaltijd van de vzw Enchanté die overigens heel goede dingen doet voor de straatmensen in Gent en daarbuiten. De aanmelding daarvoor werd al geopend in november en binnen de kortste keren was het maximum van 250 deelnemers al gehaald. Fantastisch natuurlijk dat ‘De langste tafel’ zo’n succes is. Maar – zo merkte één van de leden van de Klankbordgroep op – voor straatbewoners is het moeilijk om al zover vooruit te gaan plannen. Wie vooral bezig is met overleven op straat, krijgt daardoor een ander tijdsbesef dan wie zich geen zorgen hoeft te maken over het dak boven haar of zijn hoofd. Overleven betekent noodzakelijkerwijs korte-termijndenken. Je weet niet hoe je er over een week voorstaat, laat staan over bijna twee maanden.
Als Straatpastoraat zijn we een kleinschalige en ook zeer informele organisatie. Het grote voordeel daarvan is dat we flexibel kunnen zijn en makkelijk met onze gasten kunnen meebewegen, om het zo maar te noemen. Het idee voor de Kerstmaaltijd ontstond zegge en schrijve tien dagen vóór Kerstmis, op zondagmiddag in ‘Oe Est’. En omdat de lijnen met onze gasten heel kort zijn – we konden ieder van hen persoonlijk laten weten dat er een Kerstmaaltijd kwam – hoefden we ons niet druk te maken over aanmeldingen en dergelijke. De voorbereiding voor de Oudjaarsmaaltijd was nóg korter. Het besluit om die te organiseren viel tijdens de Kerstmaaltijd, omdat onze gasten er zelf om vroegen. En dat kon allemaal omdat wij maar zo’n klein en informeel clubje zijn en het contact met onze gasten heel direct is. Het is aanwezigheid, of presentie, in de praktijk.
Zouden grotere organisaties iets hebben aan deze ervaringen? Dit was de vraag die opkwam toen we hier in de Klankbordgroep over aan het praten waren. We zijn daar nog niet uit, dat gesprek krijgt nog een vervolg. Het is ons in ieder geval duidelijk dat presentie – concreet in het directe contact en de goede relaties met onze gasten – een kostbaar goed is. Pastoraat – want dat zijn ook de open huiskamer en de maaltijden in december in wezen – draait om aanwezigheid, om presentie. Het draait om nabijheid en – voor zover mogelijk in de verschillende maatschappelijke posities die we als medewerkers en gasten innemen! – om gelijkwaardigheid. Geen hulpverlener die boven een hulpvrager staat, maar mensen die – nogmaals, met alle maatschappelijke verschillen en alle gebrekkigheid die ons mensen eigen is – samen onderweg zijn.
One Response to Het kostbare goed van presentie